DossiersNederlandse Omroep Stichting

Parlementaire erkenning Armeense ‘genocide’ krijgt mogelijk staartje

 

De NOS publiceerde afgelopen vrijdag het bericht dat de Tweede Kamer de Armeense kwestie wil erkennen als ‘genocide’. Van officiële erkenning door het parlement is echter nog geen sprake, terwijl deskundigen waarschuwen voor politieke gevolgen. Welke positie neemt het kabinet in? 

Hoofdpunten

  • Kamerlid Voordewind (CU) dient motie in voor erkenning Armeense ‘genocide’
  • Regering is voorlopig tegen
  • Regeringscoalitiepartijen in de Tweede Kamer, die Kamermeerderheid vormen, zijn volgens Kamerlid Voordewind vóór
  • Adviseurs Volkenrecht waarschuwen voor politieke gevolgen

Coalitiesteun

Het Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie, die het initiatief tot de motie voor erkenning nam, zal zich vorig jaar tijdens de coalitieonderhandelingen al hebben verzekerd van coalitiesteun in de Kamer. De grote coalitiepartijen VVD (33), CDA (19) en D66 (19) zullen deze steun hebben aanvaard in ruil voor steun van de ChristenUnie (5) om een meerderheid van 76 zetels te behalen voor de kabinetsformatie.

In november verwierp de Kamer nog eenzelfde motie van de PVV. Destijds waren coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie tegen, omdat in de coalitie was afgesproken dat eerst volkenrechtelijke advies van de CAVV en EVA zou worden ingewonnen. Dat advies ligt er inmiddels. De CAVV en EVA stellen dat de Armeense kwestie “een zaak is tussen de betrokken partijen”, oftewel Turkije, Armenië en de benadeelde families.

De Armeense kwestie is “een zaak tussen de betrokken partijen”Advies CAVV en EVA

Genocide

De term ‘genocide’ werd in 1948 geïntroduceerd met de intrede van het Genocide-verdrag. Ten tijde van de gebeurtenissen in 1915-1916 bestond de term derhalve niet. Het ChristenUnie-Kamerlid Voordewind wil dat met terugwerkende kracht de term door de politiek wordt toegepast op de gebeurtenissen en dat daarmee recht wordt gedaan “aan de nabestaanden en de slachtoffers van toen”.

Welke landen gingen Nederland voor?

Andere parlementen die Nederland voor gingen, waren Duitsland, Frankrijk, België, Oostenrijk, Polen, Tsjechië, Zweden, Brazilië, Chili en Paraguay. Regeringen die de kwestie als genocide hebben erkend, zijn: Armenië, Frankrijk, België, Canada, Cyprus, Griekenland, Slowakije en Argentinië.

Erkenning van de Armeense kwestie als genocide door het parlement “kan politieke risico’s meebrengen”CAVV en EVA

Srebrenica

Minister Bijleveld van Defensie vertelde afgelopen vrijdag hoe “de Duitsers op dezelfde manier met de Armeense kwestie te maken hebben gehad en dat dat uiteindelijk ook is goed gekomen”. De CAVV en de EVA stelden eind vorig jaar echter dat erkenning van de Armeense kwestie als genocide door het parlement “politieke risico’s kan meebrengen”.

CAVV en EVA toen: Er lijkt een zekere mate van selectiviteit te bestaan” in het erkennen van genocides “door parlementen ten aanzien van situaties waarbij hun staat niet betrokken was, dan situaties waarbij de onderdanen van deze staat (wel) het slachtoffer zijn geworden”.

De CAVV en EVA lijken daarmee te doelen op de Val van Srebrenica, waar de Nederlandse regering met het opstappen van het kabinet Kok II in 2002 weliswaar politieke verantwoordelijkheid, maar geen schuld voor heeft gedragen. De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan beschuldigde Nederland tijdens de campagne voor het (Turkse) Grondwet-referendum begin vorig jaar van deze massamoorden. Deze discussie zal met erkenning door het parlement mogelijk weer oplaaien.

Standpunt kabinet

In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’, dat op 10 oktober 2017 werd gepresenteerd, werd gesproken over “het leidend maken van uitspraken van internationale gerechts- en strafhoven, die volgen uit wetenschappelijk onderzoek en vaststellingen door de Verenigde Naties, voor het erkennen van genocides”. Dit kabinetsstandpunt is grotendeels in overeenstemming met het algemene standpunt van Turkije, dat sinds 2005 pleit voor een “open, internationaal en multidisciplinair onderzoek” en zegt strikt politieke besluiten dienaangaande te veroordelen.

Minister Kaag van Buitenlandse Zaken houdt zich vooralsnog op de vlakte en wijst naar het Kamerdebat dat zal gaan plaatsvinden. We weten reeds uit het regeerakkoord (en antwoorden op Kamervragen) dat het kabinet niet tot erkenning zal overgaan. In een brief aan de Kamer enkele maanden terug, op 22 december, schreef het kabinet nog dat het kabinet geen aanleiding ziet om een ander standpunt in te nemen dan de CAVV en de EVA adviseren, door te stellen dat het aan “de betrokken partijen” is om zaken als genoegdoening en excuses onderling op te lossen.

Het kabinet ziet geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen dan de CAVV en de EVA adviseren. Brief aan de Tweede Kamer, 22 december 2017

Geef een reactie