Actuele analysesNRC HandelsbladTrouw

Gematigd of terroristisch: VVD in het nauw door bondgenootschap AK Partij in Syrië

De afgelopen maanden vond een machiavelliaanse machtsstrijd plaats in politiek Den Haag tussen de rechtse coalitiepartijen VVD, CDA en ChristenUnie als gevolg van de nieuwe grondverhoudingen in Syrië. De VVD doet er alles aan om de perceptie te voorkomen dat het in de Syrische Burgeroorlog schouder aan schouder staat met salafisten en de AK Partij van president Erdoğan. Ondertussen probeert ook de oppositie te profiteren van de scheuren in Rutte III als het gaat om Syrië.

 

VVD-AKP alliantie

De christelijke coalitiepartners CDA en ChristenUnie zijn principieel tegen Turkse assertiviteit, die zij beschouwen als een bedreiging van hun belangen. De conservatief-liberale VVD probeert te voorkomen dat de perceptie ontstaat dat het de buitenlandpolitiek van de eveneens conservatief-liberale AK Partij van president Erdoğan actief steunt door het Vrije Syrische Leger, een door Turkije gesteunde gelegenheidscoalitie van milities tegen Assad, van niet-dodelijk militair materieel te voorzien. Onderzoek van Trouw en Nieuwsuur, dat dinsdagavond werd gepubliceerd, lijkt uit wijzen dat de VVD het Syrië-beleid dat zij met haar vorige coalitiepartner PvdA ontwikkelde, volop continueert. De VVD steunt het Vrije Syrische Leger, dat voor een belangrijk deel uit salafistische strijders bestaat, en volgt daarmee één lijn met de regerende AK Partij.

Syrië anno nu

De politieke verhoudingen in de Syrische Burgeroorlog, die begon in 2011, zijn veranderd sinds Rusland zich actief heeft gemengd in de strijd. Het alevitische Baath-regime van Bashar al-Assad lijkt met Russische en Iraanse steun de slag om het zuiden te hebben gewonnen, terwijl de Syrische Koerden voorlopig met Amerikaanse steun het noordoosten controleren. Turkije en het Vrije Syrische Leger, dat ook door Nederland wordt gesteund, beheersen het noordwesten. Momenteel lijkt de burgeroorlog het eindstadium te naderen met de slag om het gouvernement Idlib, dat onder controle is van Turkije en het Vrije Syrische Leger.

Hoewel de VVD en de AK Partij één lijn volgen met betrekking tot de Syrische Burgeroorlog, noemde Erdoğan het kabinet en haar hoge ambtenaren (“de diplomaten”) begin 2017 nog “nazi-overblijfselen en fascisten”. De Turkse president leek daarmee af te geven op de angst van het kabinet Rutte II voor de politieke gevolgen van een Turkse verkiezingscampagne in Nederland. De angst van het VVD-geleide kabinet voor het rechts-populisme, dat in maart 2017 haar momentum leek te vinden in de verkiezingsstrijd met de VVD, leek voor president Erdoğan reden om scherpe taal te uiten tegen het kabinet. Dit voorval is voor sommigen reden om te veronderstellen dat een bondgenootschap tussen de AK Partij en de VVD vergezocht is, terwijl anderen geloven dat de twee regeringspartijen de zaak onder één hoed hebben gespeeld.

 

Angst voor rechts-populisme

De angst voor electoraal verlies aan de rechts-populisten blijft de gemoederen binnen de VVD bezighouden. De afgelopen maanden berichtte de hoofdstroom van de Nederlandse media dat Turkse salafisten in Nederland actief werven voor de Syrische jihad. De naam van de Turks-Nederlandse prediker Abdullah Özütürk werd daarbij uitdrukkelijk in een artikel d.d. 3 augustus door NRC-journalist Andreas Kouwenhoven in verband gebracht met ronselpraktijken, die volgens hem zouden zijn ingegeven door Ankara. De journalist staafde zijn bewering door te verwijzen naar ‘geheime stukken’ die de gemeente Amsterdam en de Amsterdamse politie hem hadden getoond. In een tweede publicatie d.d. 17 augustus ging de NRC-journalist een stap verder door Milli Görüş, een Turks-Nederlandse moskeekoepel, te beschuldigen van banden met Turkse religieuze opinieleiders die de jihad-gang naar Syrië intellectueel zouden faciliteren. De VVD herkende de potentiële schade die zij zou kunnen oplopen als zij uiteindelijk met dit verhaal geassocieerd zou gaan worden en kwam op 20 augustus uit voorzorg met Kamervragen aan de minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (D66) en Justitie & Veiligheid (CDA) om de schijn te wekken dat de partij gekant is tegen het salafisme en tegen de AK Partij.

In 2015 steunden de VVD en PvdA, samen met Obama en Davutoğlu de “gematigde, gewapende oppositie” tegen Assad, Daesh [IS] en Jabhat Al Nusra. 

“Gematigde, gewapende oppositie” of terroristen?

Het politieke discours in Nederland luidt steeds meer dat de leden van de “gematigde, gewapende oppositie” in Syrië terroristen zijn. Dat kopt nu ook een artikel van Trouw en Nieuwsuur dat dinsdagavond verscheen. Deze “terroristen” werden, blijkt nu, heimelijk (direct) gefinancierd door de Nederlandse regering.

In 2015 steunden de regerende partijen onder Rutte II, de VVD en PvdA, samen met de regeringen Obama (VS) en Davutoğlu (Turkije) “gematigde, gewapende oppositie” in Syrië om een tegengewicht te vormen tegen “het Assad-regime” en terroristische groeperingen “Daesh [IS] en Jabhat Al Nusra”. Minister Bert Koenders (PvdA) beloofde dat het kabinet geen wapens maar “non lethal assistance” (niet-dodelijk materieel) zou leveren aan de gematigde oppositie, zoals voedselpakketten, medische kits, kleding en communicatieapparatuur. Richting 2018 werd het militaire materieel zwaarder, waardoor het kabinet de steun uiteindelijk tot staatsgeheim verklaarde. De strijdgroepen die in 2015 gematigd werden gezien, vielen toen onder het Vrije Syrische Leger. Trouw en Nieuwsuur zeggen nu te hebben vastgesteld dat Nederland door Rutte II de (Turkmeense) Sultan Murad Brigade, de Suleyman Shah ­Brigade, Suqour al Jabl en Divisie 13 van het Vrije Idlib Leger actief hebben gesteund. Ook zou Nederland Brigade 51 en ­Jabhat al-Shamiya van hulpgoederen hebben voorzien.

Het betekent ook dat Nederland en Turkije uiteindelijk indirect hebben samengewerkt in operatie ‘Eufraat Schild’ (2016-2017) en ‘Olijftak’ (2018>). Daarmee werd onder meer voorkomen dat de Syrisch-Koerdische PYD een landverbinding kreeg in Noord-Syrië met de Middellandse Zee. Dit in weerwil van bijvoorbeeld de SP en GroenLinks.

In januari van dit jaar verdedigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van Nederland, Halbe Zijlstra van de VVD, de Turkse invasie van Afrin in ‘operatie Olijftak’ nog stellig door te wijzen op de legitieme gronden van Turkije voor de inval. Dat kwam hem op grote kritiek van de Tweede Kamer te staan, die grotendeels bestaat uit partijen als de SP, de (Kamerfractie) PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de SGP en FvD, die op de ene of de andere wijze electoraal belang hebben bij kritiek op Turkije.

“Alle (vreeswekkende) organisaties die een kalifaat willen stichten zijn terroristisch”

Ferry van Veghel, officier van justitie

Politiek verdeelde ministeries

Trouw en Nieuwsuur wijzen erop dat delen van de gematigde, gewapende oppositie – het Vrije Syrische Leger – zich volgens het VVD-geleide Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) niet, maar volgens het CDA-geleide Ministerie van Justitie wél hebben ontwikkeld tot terroristische organisaties. Zo zou Shohada al-Yarmouk in 2015 nog als gematigde oppositionele groep worden omschreven, maar tegenwoordig onderdeel uitmaken van Daesh [IS]. Ook Ahrar al-Sham zou in 2015 nog als gematigde oppositionele groep worden beschouwd, terwijl het later, in 2016, vermeendelijk zou radicaliseren. Buitenlandse Zaken zou volharden dat Ahrar al-Sham – die onderdeel uitmaakt van het Vrije Syrische Leger – geen terreurorganisatie is, terwijl het Openbaar Ministerie de organisatie wel als zodanig kenschetst. Het OM zegt dat het zich baseert op het feit dat de organisatie op sanctielijsten staat. De organisatie staat dan weer níet op internationale terrorismelijsten. Het Openbaar Ministerie zou alle (vreeswekkende) organisaties die een kalifaat willen stichten als terroristische organisaties beschouwen.

De oplettende lezer zal zien dat de stellingname van het OM politiek van aard is. De oppositie tegen Assad is in de perceptie van het CDA-geleide Openbaar Ministerie goed en verdient steun, maar als het (uiteindelijk) een islamitische staat wil stichten, dan is het slecht en derhalve terroristisch. Dat is waar de logica van de Nederlandse overheid om ideologische redenen op interne tegenspraak stuit, en dat is waar een aantal oppositionele Kamerfracties en de omroepen en dagbladen waarmee zij samenwerken, nu behendig gebruik van maken.

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie