Algemeen

Armand Sağ over Dodenherdenking: “Nederland kan leren van Atatürk”

Armand Sağ

Senior onderzoeksfellow bij Instituut voor Turkse Studies (ITS)

 

OPINIE |

Met de Dodenherdenking nog vers in het geheugen, blijft de discussie over wie we moeten herdenken de gemoederen bezig houden. Er is een tendens om alleen bepaalde slachtoffers te herdenken, en dan in het bijzonder de Nederlandse WOII-verzetsstrijders en Nederlandse joden. Nederland zou echter lering kunnen trekken uit het gebaar dat Atatürk in 1934 maakte naar Australië en Nieuw-Zeeland. 

“Betrek ook actuele conflicten bij de Dodenherdenking”

Het van bovenaf bepalen wie mensen zouden ‘moeten’ herdenken is sowieso al discutabel te noemen, maar er zijn ook geluiden om groepen slachtoffers uit te sluiten. Denk daarbij vooral aan het herdenken van Duitse soldaten, uit vrees dat de Nederlandse slachtoffers van 1940 naar de achtergrond worden gedreven.

Met het selectief herdenken van oorlogsslachtoffers zetten we een globaal conflict om in een regionale. Een lokaal focus wordt aangebracht, terwijl de Tweede Wereldoorlog, zoals de naam al zegt, een mondiaal conflict was. Vrijwel de gehele wereld leed zwaar onder het oorlogsgeweld. Het staat buiten kijf dat de meeste mensen die direct met WOII te maken hebben gehad, er niet meer zijn. Het conflict dateert inmiddels van 74 jaar geleden. De enige manier om de nieuwe generaties toch te helpen zich te identificeren met het leed van toen, is het verbreden van die lokale focus. Eigentijdse gebeurtenissen zouden moeten worden meegenomen in de herdenking. Een bomaanslag in Syrië of een bom op een marktplaats in Irak spreekt tegenwoordig sneller tot de verbeelding. Neem dat dan mee en toon aan dat WOII qua schaal tienmaal erger was en dus ook tienmaal meer pijn en leed heeft veroorzaakt. Zo bereik je het doel dat mensen toch even stilstaan bij het leed van toen.

Want daar gaat het om bij Dodenherdenking; het gaat niet om ‘goed’ of ‘fout’ maar om het herdenken van al het (onnodige) leed, het verdriet en alle pijn die mensen (zowel burgers als militairen) is aangedaan. Dit kan gaan om leed bij 17-, 18- en 19-jarige jongens die gedwongen in dienst moesten op straffe van de dood en Joodse kampbewakers die geronseld werden uit concentratiekampen zelf. Of wat te zeggen van 15-jarige Duitsers die in 1945 bij de Schutzstaffel (SS) kwamen? Moeten we deze nu wel of niet herdenken? Nemen we het deze groep tieners ook kwalijk?

Atatürk en de ANZAC

Lang niet alle Duitse soldaten waren slecht. De denkfout dat dit wel zo is, komt voort uit etnische veralgemenisering en vooroordelen terwijl dit nota bene ook de oorzaak was van WOII. De focus van herdenken moet dan ook liggen op het voorkomen van een dergelijk conflict in de toekomst en dit kan alleen door de herdenking van slachtoffers te verbreden. Het voorbeeld dat Turkije en Atatürk daarbij bieden, is noemenswaardig.

U kunt uw tranen afvegen omdat al uwer zonen een eervolle begrafenis zullen krijgen op Turks grondgebied en voortaan net zoveel respect zullen krijgen als de Turkse soldaten die naast ze begraven liggen.

– Mustafa Kemal ‘Atatürk’

Gedurende WOI kwamen bij de Slag om de Dardanellen in 1915 ongeveer een kwart miljoen Britten, Fransen, Australiërs en Nieuw-Zeelanders om het leven tegenover eveneens een kwart miljoen Turken. Al in 1934 schreef de toenmalige Turkse president Atatürk een open brief aan de moeders van alle omgekomen Australische en Nieuw-Zeelandse soldaten onder de Australian and New Zealand Army Corps (ANZAC) dat ze “hun tranen kunnen afvegen omdat al hun zonen een eervolle begrafenis zullen krijgen op Turks grondgebied en vanaf nu net zoveel respect zullen krijgen als de Turkse soldaten die naast ze begraven liggen”. Zowel in Turkije als in Australië zijn daarop grote monumenten opgericht om alle gesneuvelden te eren, en tot op heden komen jaarlijks de Turkse, Australische en Nieuw-Zeelandse staatshoofden bijeen om gezamenlijk in de nacht van 24 op 25 april de slachtoffers te herdenken.

Alleen als we gebaren als in het voorbeeld van Atatürk ter harte nemen kunnen we dergelijke grote conflicten in de toekomst voorkomen. Het demoniseren van de ‘Duitse soldaat’ en het weigeren om ook Duitse soldaten in Nederland te herdenken of zelfs maar te begraven in iets meer dan een naamloos massagraf, houdt de haat in stand. Diezelfde haat die juist ten grondslag ligt aan één van de grootste conflicten in de mensengeschiedenis.

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie