NRC HandelsbladNRC Media

Revisie 2017/311: artikel “Turkije is boos, maar opereert omzichtig”

Publicatiedatum: 28 september 2017

Toelichting

Hieronder volgt het resultaat van een kritisch onderzoek naar de zorgvuldigheid van een journalistiek bericht. Berichten dienen (politiek) neutraal geschreven te zijn en gepresenteerde feitelijkheden dienen objectief, nauwkeurig en betrouwbaar te zijn om de toets der kritiek te doorstaan.

Oordeel: deels-onzorgvuldig (10 / 6)

Conclusie

inzake het artikel “Turkije is boos, maar opereert omzichtig” gepubliceerd op 28 september 2017

De auteur laat na de PKK een terreur- of terroristische organisatie te noemen en de officiële lijn van de Europese Unie te volgen. Verder wordt de omvang van de Koerdische populatie in Turkije groter voorgesteld dan uit recent onderzoek blijkt en worden corruptiebeschuldigingen over minister Berat Albayrak onnodig ingebracht. Daarnaast worden in een citaat van premier Yildirim cijfers incorrect weergeven.

BEOORDELING

Groen: opmerking of voorgestelde rectificatie

Rood: lijdend voorwerp van opmerking of voorgestelde rectificatie

“Turkije is boos, maar opereert omzichtig”

 

Koerdisch Referendum

Turkije noemt ’t referendum van de Iraakse Koerden „verraad”, maar behoudt hen liever als bondgenoot. „Dit besluit, dat is genomen zonder enige consultatie of conversatie, is gewoon eerlijk gezegd (opmerking: vervangen; Turks: açıkçası) verraad aan ons land (opmerking: toegevoegd; Turks: ülkemize), aldus Erdogan.

‘We hadden nooit gedacht dat Barzani zo’n grote fout zou maken. Het lijkt erop dat we ons hebben vergist. We hebben ons blijkbaar vergist.” De Turkse president Recep Erdogan is duidelijk teleurgesteld dat zijn bondgenoot Massoud Barzani, president van de autonome Koerdische regio in Noord-Irak, het referendum over onafhankelijkheid heeft doorgezet, ondanks fel verzet van Turkije. „Dit besluit, dat is genomen zonder enige consultatie of conversatie, is gewoon eerlijk gezegd (opmerking: vervangen; Turks: açıkçası) verraad”, aldus Erdogan. In Turkije is fel gereageerd op het referendum in Noord-Irak. Het onderwerp beheerst al dagenlang het nieuws. Het idee van een onafhankelijke Koerdische staat stuit op breed verzet in Turkije, niet alleen van nationalisten maar ook van religieuze conservatieven en de seculiere oppositie. Ze vrezen dat de geboorte van zo’n staat in Noord-Irak het onafhankelijkheidsstreven zal aanwakkeren onder de Koerden Koerdische Turken (opmerking: vervangen), die ongeveer een kwart van de bevolking vormen die iets minder dan een vijfde van de bevolking vormen (opmerking: vervangen).

De Turkse regering verwachtte zei bij monde van president Erdogan te hebben verwacht dat Barzani het referendum op het laatste moment zou afblazen. Waarom zou hij zijn nauwe banden met Turkije op het spel zetten voor een omstreden referendum dat niet onmiddellijk tot onafhankelijkheid leidt? Noord-Irak is economisch grotendeels afhankelijk van Turkije. De regio importeert 90 procent van zijn voedsel vooral uit Turkije, en exporteert dagelijks 600.000 vaten olie via een pijpleiding die over Turks grondgebied loopt.

Maar Barzani gokte lijkt te hebben gegokt (opmerking: vervangen) dat Turkije toch niet zou doorbijten, gezien zijn grote economische belangen. Noord-Irak is een van de grootste exportmarkten voor Turkse producten. De onderlinge handel bedraagt zo’n 8,5 miljard dollar in 2015. Ook de olie levert geld op. Het Turkse bedrijf Powertrans heeft het monopolie op het transport van olie uit Koerdistan. Het bedrijf zou banden hebben met Berut Albayrak, schoonzoon van Erdogan die nu minister van Energie is. Hij ontkent dit. (opmerking: deze toevoeging over vermeende corruptie in de Turkse regering is niet relevant voor het onderwerp en is meer een “terzijde-opmerking”; bovendien is de naam van de minister verkeerd gespeld)

Groot dilemma

Het referendum heeft de Turkse regering voor een groot dilemma gesteld. Want Barzani is een van de weinige bondgenoten die Turkije nog heeft in de regio. Niet in de laatste plaats in de strijd tegen terreurorganisatie PKK, die Noord-Irak gebruikt als uitvalsbasis voor terreuracties in het zuidoosten van Turkije. Tegelijkertijd moet Erdogan rekening houden met Turkse nationalisten, die een harde opstelling eisen. Want hij heeft hun steun hard nodig bij de verkiezingen in 2019.

Dit leidt tot een combinatie van felle retoriek, maar tot op de dag van vandaag (opmerking: toevoeging) weinig concrete maatregelen. Erdogan zei deze week dat alle opties – economische sancties, sluiting van de grens, militaire interventie – op tafel liggen. „Als we sancties invoeren, zullen ze (de Iraakse Koerden, red) er alleen voor staan. Als we de oliekraan dicht draaien, zullen al hun inkomsten verdwijnen is het afgelopen. (opmerking: vervangen; Turks: “Bir vanayı kapadığımız anda iş bitti”). En ze zullen niet in staat zijn om voedsel te vinden, als onze vrachtwagens niet langer naar Noord-Irak gaan.”

Vooralsnog blijft het vooral bij woorden. Turkse luchtvaartmaatschappijen hebben deze week weliswaar hun vluchten naar Erbil opgeschort. En Turkije stopt met het trainen van Koerdische peshmerga’s die tegen Islamitische Staat vechten. Maar dit zijn vooral symbolische maatregelen. De olie uit Noord-Irak stroomt nog altijd door de pijpleiding naar de Turkse haven Ceyhan, de grens tussen beide landen is gewoon open, en van economische sancties is nog geen sprake.

Ook de militaire oefening van het Turkse leger aan de grens met Noord-Irak lijkt vooral bedoeld om de nationalisten te paaien. Erdogan dreigde deze weliswaar met militair ingrijpen, maar dat is vooralsnog niet aan de orde. De strijd tegen de PKK in eigen land en de Koerdische militie YPG in Noord-Syrië heeft prioriteit. Maar Erdogans dreigement – „we kunnen plotseling komen, midden in de nacht” – stond wel op de voorpagina van acht Turkse kranten.

Een Turkse militaire interventie wordt pas een reële optie als de Turkmeense bevolking in Irak, met name in de olierijke stad Kirkuk, wordt bedreigd. Het is een onderwerp dat het nationalistische vuur aanwakkert in Turkije. Premier Yildirim suggereerde deze week dat de Turkmenen systematisch zijn verdreven uit Kirkuk. „Volgens cijfers van de volkstelling in 1970 was 70 procent van de inwoners van Kirkuk Turkmeens. Dat is nu nog maar 30 procent.” ,,Laten we niet vergeten dat volgens een volkstelling in 1957, 70 procent van Kirkuk Turkmeens was. Dat is, ondanks een gebrekkig bevolkingsregister, gedaald naar zo’n 30 procent.” (opmerking: vervangen; feitelijke onjuistheden)

Ondertussen probeert Barzani de schade te beperken. Hij zei dat zijn regering geen bedreiging vormt voor Turkije. „We zullen de nationale veiligheid van Turkije nooit in gevaar brengen. We willen een goede buur zijn.” Barzani weet dat de Turken hem nodig hebben. Afgelopen zomer werd hij nog als een staatshoofd ontvangen in Ankara. De Koerdische vlag werd zelfs gehesen – tot woede van de nationalisten. Dat zal voorlopig niet gebeuren. „Van nu af aan zullen we de regering in Bagdad beschouwen als legitieme gesprekspartner, niet de regering in Erbil”, aldus Yildirim.

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie